Naar content

Safety first in the States

Safety first in the States

Datum: 23 maart 2016

Leestijd ca. 4 minuten

Auteur: Sandra Caenen

Beeld: Dreamstime

Big-datatoepassingen gaan in Amerika veel verder dan in Europa. Dat ligt met name aan het grote verschil in visie op privacy tussen de twee grootmachten. En waar de Amerikaanse overheid veiligheid laat prevaleren boven privacy, is dat in Europa en Nederland juist andersom. Dat levert interessante juridische tegenstellingen op.

Na de recente aanslagen in Brussel, Istanbul en Parijs (etc) klinkt ook in Europa de roep om meer bevoegdheden voor  veiligheidsdiensten. Maar wat is mogelijk zonder de privacyrechten van burgers te schenden?

FISA

Amerika schendt Nederlandse privacyrechten volop. Zo weet de Amerikaanse overheid, in het kader van terrorismedreiging, precies wie er in Schiphol aan boord van een vliegtuig gaat. Toch doen de Amerikanen niets illegaals, dankzij de Foreign Intelligence Surveillance Act (FISA). Die wet dateert van 1978 en was oorspronkelijk bedoeld om te voorkomen dat buitenlandse inlichtingendiensten Amerikaanse burgers zouden bespioneren. Hoe typerend dat juist deze wetgeving nu wordt gebruikt door de Amerikaanse inlichtingendienst om niet-Amerikanen te monitoren. Onze privacywetgeving wordt hierdoor compleet overruled. Over tegenstellingen gesproken! Pogingen van Europese leiders om een anti-FISA clausule op te nemen in de wet zijn mislukt. Het recht van de sterkste geldt, dat mag duidelijk zijn.

The right to be let alone

Ook in eigen land laten Amerikanen veiligheid prevaleren boven privacy. Dat kan omdat in Amerika privacy weliswaar een grondrecht is, maar uitsluitend wordt gekoppeld aan de relationele privacy, the right to be let alone. Persoonsgegevens die niet gekoppeld zijn aan een naam, adres, of ander contactgegeven zijn in Amerika al snel vogelvrij. En laat big data nou vrijwel nooit gekoppeld zijn aan contactgegevens. Niemand valt je lastig, je wordt keurig met rust gelaten. Dit biedt de Amerikaanse overheid veel meer big-datamogelijkheden dan de Nederlandse, waar de privacywetgeving de nodige beperkingen oplegt en big data alleen geanonimiseerd gebruikt mag worden. Beperkingen die de Amerikanen niet in acht hoeven te nemen in hun hang naar ‘safety first’, maar waardoor de Amerikaanse antiterreurwetgeving wel grote gevolgen heeft voor de privacy van gewone burgers.

  • Meer weten over overheidsdata in Nederland? Bekijk de open data infographic

Veiligheid versus privacy na aanslagen Europa

Na de gruwelijke gebeurtenissen in Brussel, Istanbul en Parijs worstelt Europa met het veiligheid versus privacy dilemma. Kan enkel de beschikbaarheid over meer data terroristische aanslagen voorkomen? Dat is de vraag. In een grotere hooiberg is het niet makkelijker om de speld te vinden. En de technologie kan menselijke analyse nog niet vervangen. Is het daarom bijvoorbeeld slimmer om te investeren in analisten bij de AIVD, wijkagenten en andere ‘mensen in het veld’? Zo investeert Nederland veel meer dan de Franse en Belgische politie en justitie in contactpersonen in probleemwijken. Of is het toch nodig om onze beschermende privacywetgeving aan te passen in de strijd tegen het terrorisme? Big data balanceert op de fijne grens tussen individuele vrijheid en institutionele macht. De grote vraag is: naar welke kant slaat de balans door? Naar ‘safety first’, zoals in Amerika? Of lukt het om een gezond evenwicht te bewaren?

Deze pagina delen: