Naar content

“Bedrijfsjuristen missen kansen.”

“Bedrijfsjuristen missen kansen.”

Datum: 21 april 2016

Leestijd ca. 8 minuten

Auteur: Sacha Willems

Beeld: Marco Peters

Max Hübner is als director Corporate Legal and Tax bij PGGM verantwoordelijk voor de behandeling van de juridische en fiscale vraagstukken. Naar zijn mening verandert de relatie tussen advocaten en bedrijfsjuristen niet snel genoeg. Zijn ambitie? De komende drie jaren het juridisch spectrum echt op zijn kop zetten.

Als corporate counsel heeft Max Hübner klanten en is hij klant. Zo heeft hij te maken met het management en de klanten van PGGM enerzijds en koopt hij als klant diensten in bij juridische dienstverleners en advocaten anderzijds. Hij heeft veel ervaring met klantgerichtheid en klanttevredenheid en heeft een uitgesproken mening. 

Relatie bedrijfsjurist - advocaat

Uit een symposium, dat Hübner als initiatiefnemer organiseerde met een aantal advocatenkantoren en legal counsels van grote bedrijven, bleek drie jaar geleden al dat inhoudelijke kwaliteit wordt gezien als een gegeven. Van belang is service, waarbij goed moet worden gekeken naar de behoeften van de klant. Die behoeften verschillen enorm per bedrijf. Van gedetacheerde juristen in huis, toegang tot juridische knowhow of trainingen voor het team tot een bepaalde flexibiliteit ten aanzien van opdrachten, vooraf kosten inzichtelijk maken en declareren. Hoe staat het daar nu drie jaar later mee?

“De juridische dienstverlening is een buyersmarkt geworden.”

Advocaten moeten nog flexibeler worden, volgens Hübner. Zij staan voor de uitdaging om zich aan te passen aan de wensen van hun klanten. Bedrijfsjuristen hebben in toenemende mate invloed op de markt van juridische dienstverleners. “Maar ze durven er nog onvoldoende gebruik van te maken”, vindt hij. “Je zou verwachten dat het gebruik van advocaten meer afneemt, ten gunste van alternatieve dienstverleners en technische mogelijkheden. Opvalt echter dat bedrijven advocaten in groten getale blijven inschakelen.”

De vraag hoe dit komt intrigeert hem. Hij stelt deze vraag vaak aan collega’s. Het beeld dat daaruit naar voren komt verrast niet. Juristen zijn behoudend. Hechten aan hun vertrouwde manieren van werken. Daar hoort ook de keuze voor advocaten bij. Het is een ingesleten gewoonte, die verander je niet zo maar. Bewuster de vraag stellen: ‘Wat is mijn behoefte aan juridische ondersteuning?’ is een begin volgens Hübner. “Daarvoor is het nodig de juridische werkzaamheden uit elkaar te halen. Vervolgens bepaal je bewust hoe en door wie die werkzaamheden het best worden gedaan. Het is een eenvoudig concept. De stap daadwerkelijk zetten is moeilijker.” Hübner is de eerste om te beamen dat hij daar ook mee worstelt. De tip die Hübner aan bedrijfsjuristen wil meegeven: “Gebruik je invloed meer. Dan ben je wendbaarder en werk je effectiever tegen lagere kosten.”

Relatie bedrijfsjurist – interne klanten

Om sneller in te spelen op behoeften, veranderde het corporate legal team binnen PGGM de werkwijze. Een van de manieren waarop het team dat heeft gedaan is door het opbouwen van relaties. Hübner introduceerde klanttevredenheid als leidend principe voor het functioneren van het team, wijzigde de samenstelling en verminderde de inzet van advocatenkantoren. En het gevolg? De totale kosten dalen sinds 2012 en zijn inmiddels met ruim een kwart afgenomen.

“Elke euro die wij in de organisatie kunnen besparen, komt ten goede aan het pensioen van de deelnemers.”

Hübner licht toe: “De juridische teams van PGGM bevinden zich inmiddels op het niveau waarop zij begrijpen wat iedereen binnen het bedrijf nodig heeft. De vraag ‘Wat vinden onze klanten belangrijk’ is het vertrekpunt voor onze teams.”

Hoe de juristen dit voor elkaar hebben gekregen, schetst Hübner aan de hand van een denkraam van vijf kwaliteiten waarover een bedrijfsjurist volgens hem moet beschikken:

  1. Juridische kennis: die kennis moet uiteraard op orde zijn. Maar met juridische kennis alleen maak je al lang niet meer het verschil.
  2. Praktische bruikbaarheid: de juridische kennis moet worden ingezet gericht op praktische bruikbaarheid voor de business.
  3. Leuke vent of vrouw: de jurist moet ook een prettig persoon in de samenwerking zijn.
  4. Kostenfocus: de focus moet zijn gericht op het beperken van de kosten voor het bedrijf als geheel.
  5. Veranderingsgerichtheid: de jurist werkt samen, kiest voor verbetering van processen en werkwijzen en zoekt naar de beste oplossing om juridisch gedoe te voorkomen.
“De focus ligt op een gezonde klantrelatie.”

“Het is van groot belang om relaties op te bouwen binnen je bedrijf”, vervolgt Hübner. “Je zult met iedereen in gesprek moeten en ontdekken wat het werk van je collega’s inhoudt en welke problemen ze daarin tegenkomen. Ook een goede relatie met de klanten van PGGM is van grote waarde. Betaalt bij PGGM een werkgever de premie voor de pensioenfondsen niet (op tijd), dan kan het heel nuttig zijn om tijdig met die werkgever in gesprek te gaan. Om te begrijpen wat daarvoor de oorzaak is. Zo kun je juridische problemen voorkomen en houd je de klantrelatie in stand.” Hübner vindt dat de focus van bedrijfsjuristen nog te veel is gericht op het juridische werk. “Bedrijfsjuristen moeten tijd vrij maken om vanuit het grotere belang richting te geven aan de manier waarop zij werken.”

Innovatie?

Met zijn drive om te innoveren, schetst Hübner interessante toekomstbeelden. “Er is technisch al zo veel mogelijk om slimmer te werken. We kunnen goede algoritmes loslaten op bijvoorbeeld de hele gepubliceerde rechtspraak. En kennis omzetten naar een platform. Binnen PGGM hebben wij een enorme hoeveelheid kennis en standaarddocumenten in huis. Dat geldt voor alle grote bedrijven. Het zou toch ideaal zijn om die documenten op een online platform met elkaar te delen en zo de kwaliteit te verbeteren. Bijvoorbeeld vanuit het Nederlands Genootschap van Bedrijfsjuristen. Het kan, de kracht van samenwerken wordt herkend, maar het gebeurt niet.

We praten veel over innovatie in de juridische dienstverlening. Maar is het wel innovatie? We verbeteren processen, maken meer gebruik van IT, veranderen onze manier van werken, maar om dit innovatie, laat staan disruptieve innovatie, te noemen, gaat te ver. Advocaten en bedrijfsjuristen verbeteren met kleine stappen de dienstverlening. Het model op zichzelf is nog steeds onveranderd. Werkelijke innovatie blijft uit. Waarom eigenlijk? Zijn juristen bang dat ze overbodig worden? Vrezen ze dat hun werk door computers wordt overgenomen?” Die vrees is onterecht volgens Hübner. Uiteindelijk zal dat nooit gebeuren, want een computersysteem heeft geen intuïtieve intelligentie. “Er zullen dus altijd mensen nodig zijn voor goed juridisch werk.”

Deze pagina delen: