Juridisch handboek intensief beheer

Beheer van bancaire kredieten van klanten met financiële problemen

Juridisch handboek intensief beheer
Kies uw producttype:
Boek E-book
Editie:
editie deel InsR10
Verschijningsdatum:
17 januari 2018
Juridisch handboek intensief beheer
€ 83,96
€ 89,00 incl. btw
Prijs per stuk
Boek
Op voorraad. Voor 23.00 besteld, morgen op uw bureau
  • Bestellen op rekening
  • Gratis verzending
  • Grootste uitgever van juridische informatie
Het vraagstuk hoe banken acteren bij kredietdossiers in moeilijkheden is veelal gehuld in onduidelijkheid. Deze uitgave geeft transparantie in de omgang van banken met zulke dossiers. Hoe wordt in dit spanningsveld omgegaan met belangenconflicten tussen bank en klant?
Banken krijgen regelmatig kritiek te verduren over de wijze waarop zij omgaan met kredietdossiers in moeilijkheden. De kritiek komt vaak voort uit onduidelijkheid en geslotenheid omtrent handelwijzen van deze banken.

In Juridisch handboek intensief beheer zorgen twee juristen van een grootbank voor transparantie. Enerzijds transparantie in de wijze waarop een bank omgaat met kredieten van zakelijke klanten die zich in financiële problemen bevinden. En anderzijds transparantie van de lastige situaties waarin belangenconflicten op de loer liggen.

Intensief beheer 

U vindt in deze uitgave antwoord op de vraag: hoe wordt, met inachtneming van de regels van goederenrecht en faillissementsrecht, in dit spanningsveld omgegaan met de weging van het klantbelang en het bankbelang?
Ook gaat de titel in op de veranderingen in ons faillissementsrecht, de vele relevante jurisprudentie op het gebied van goederenrecht en faillissementsrecht, maar ook de steeds verder oprukkende (bijzondere)zorgplicht van banken.

Praktisch en operationeel
De uitgave is geschreven vanuit een praktisch en operationeel perspectief. Hoe gaat bancaire kredietverlening en alles wat daarbij komt kijken in zijn werk? Hoe worden overeenkomsten gesloten en zekerheden gevestigd? Op welke wijze worden aan de bank verbonden activa verkocht wanneer een krediet wordt afgewikkeld? En met welke (lastige) situaties krijgen ondernemingen in zwaar weer te maken?
De uitgave behandelt het gehele proces. Van de fase van verstrekking tot de fase van beëindiging van krediet en de verkoop van de activa van de kredietnemer. Hierbij laten de auteurs ook de maatschappelijke positie van de bank niet onverlet.

Juridisch handboek intensief beheer is geschreven voor professionals en academici die zich bezighouden met goederenrecht en faillissementsrecht.
Meer lezen Verberg

Auteurs

Specificaties

Verschijningsdatum:
17 januari 2018
Editie:
deel InsR10
Druk:
1
ISBN:
9789013138764
Verschijningsvorm:
Boek
Aantal pagina's:
292
Afmetingen:
15,8 x 24,0 cm
Kleur:
Zwart/Wit
Meer lezenVerberg
Bijlage
Inhoudsopgave
  1. Woord vooraf
    V
  2. Introductie
    XIII
  3. Lijst van veel gebruikte afkortingen
    XV
  4. 1
    Bancaire kredietverlening
    1
    1. 1.1
      Het belang van bancaire kredietverlening
      2
    2. 1.2
      De geschiedenis van banken
      3
    3. 1.3
      Vormen van kredietverlening
      4
    4. 1.4
      Twee grondvormen van bancair krediet
      4
      1. 1.4.1
        Overeenkomst van geldlening
        5
      2. 1.4.2
        Krediet in rekening-courant
        6
      3. 1.4.3
        Multi purpose faciliteiten
        9
    5. 1.5
      Totstandkoming van kredietovereenkomsten
      10
    6. 1.6
      Kredietdocumentatie
      11
      1. 1.6.1
        Kredietovereenkomst
        11
      2. 1.6.2
        Algemene Bankvoorwaarden (ABV)
        12
                                                  1. 1.6.3
                                                    Kredietvoorwaarden van toepassing op kredieten verleend aan kleine tot middelgrote ondernemingen
                                                    14
                                                1. 1.7
                                                  Syndicaatsfinanciering
                                                  14
                                                  1. 1.7.1
                                                    Vorming en werking van het syndicaat
                                                    15
                                                  2. 1.7.2
                                                    Zekerheidsrechten en parallel debt
                                                    16
                                                2. 1.8
                                                  Leasing
                                                  17
                                                  1. 1.8.1
                                                    Financial lease en operational lease
                                                    17
                                                  2. 1.8.2
                                                    Rechtsgevolgen van het onderscheid financial lease – operational lease
                                                    18
                                                  3. 1.8.3
                                                    Huurkoop
                                                    19
                                                  4. 1.8.4
                                                    Huur
                                                    21
                                                3. 1.9
                                                  Factoring
                                                  22
                                                  1. 1.9.1
                                                    Factoring; praktische implicaties
                                                    23
                                                  2. 1.9.2
                                                    Working Capital Solutions
                                                    24
                                                4. 1.10
                                                  Financieren eigen vermogen
                                                  26
                                                5. 1.11
                                                  Kredietverlening; risico’s
                                                  27
                                                6. 1.12
                                                  Kredietverlening; positie borg, HMS-partij en garant
                                                  28
                                              1. 2
                                                Totstandkoming zekerheidsrechten 
                                                31
                                                1. 2.1
                                                  Pand en hypotheek: goederenrechtelijke zekerheidsrechten/borgtocht en hoofdelijke aansprakelijkheid: persoonlijke zekerheidsrechten
                                                  31
                                                2. 2.2
                                                  Vindplaatsen wettelijke regels voor pand en hypotheek
                                                  32
                                                3. 2.3
                                                  Voorgeschiedenis huidige wettelijke regeling inzake stil pandrecht – de zekerheidsoverdracht onder oud BW
                                                  33
                                                4. 2.4
                                                  Definities en kenmerken pandrecht en hypotheekrecht
                                                  35
                                                  1. 2.4.1
                                                    Zekerheidsrechten
                                                    35
                                                  2. 2.4.2
                                                    Afhankelijk karakter
                                                    35
                                                  3. 2.4.3
                                                    Ondeelbaarheid
                                                    36
                                                  4. 2.4.4
                                                    Object: zaken en vermogensrechten
                                                    36
                                                  5. 2.4.5
                                                    Vestigingsvereisten voor pandrecht en hypotheekrecht
                                                    37
                                                  6. 2.4.5.1
                                                    Inleiding
                                                    37
                                                  7. 2.4.5.2
                                                    Vestigingsformaliteiten: hypotheekrecht
                                                    41
                                                  8. 2.4.5.3
                                                    Vestigingsformaliteiten: pandrecht
                                                    44
                                                5. 2.5
                                                  Pand en hypotheek: goederenrechtelijke zekerheidsrechten/borgtocht en hoofdelijke aansprakelijkheid: persoonlijke zekerheidsrechten
                                                  58
                                                6. 2.6
                                                  Borgtocht
                                                  58
                                                  1. 2.6.1
                                                    Borgtocht – algemeen
                                                    58
                                                  2. 2.6.2
                                                    Borgtocht – particuliere versus zakelijke borgtocht
                                                    60
                                                  3. 2.6.3
                                                    Borgtocht en toestemming op grond van de wet
                                                    60
                                                  4. 2.6.4
                                                    Borgtocht en bancaire zorgplicht
                                                    62
                                                  5. 2.6.5
                                                    Enkele veel voorkomende verweren van borgen en mogelijke weerleggingen
                                                    63
                                                7. 2.7
                                                  Hoofdelijke aansprakelijkheid
                                                  67
                                                8. 2.8
                                                  Andersoortige zekerheden (oneigenlijke zekerheden/pseudo-zekerheden)
                                                  68
                                                  1. 2.8.1
                                                    Garantie
                                                    68
                                                  2. 2.8.2
                                                    Letter of comfort
                                                    69
                                                  3. 2.8.3
                                                    Kapitaalinstandhoudingsverklaring (KIV)
                                                    71
                                                  4. 2.8.4
                                                    De 403-verklaring
                                                    74
                                                  5. 2.8.5
                                                    Achterstelling
                                                    75
                                                  6. 2.8.6
                                                    Terugkoopverklaring
                                                    77
                                                  7. 2.8.7
                                                    Negative pledge
                                                    78
                                                  8. 2.8.8
                                                    Pari passu
                                                    78
                                              2. 3
                                                Kredietbeëindiging 
                                                79
                                                1. 3.1
                                                  Contractueel kader
                                                  80
                                                2. 3.2
                                                  Kredietbeëindiging; de overeenkomst van geldlening
                                                  80
                                                3. 3.3
                                                  Kredietbeëindiging; de rekening-courantkredietovereenkomst
                                                  82
                                                4. 3.4
                                                  Contractuele bepalingen in de ABV en aanvullende bankspecifieke voorwaarden met betrekking tot kredietbeëindiging
                                                  82
                                                5. 3.5
                                                  Kredietbeëindiging; gevolgen
                                                  86
                                                6. 3.6
                                                  Kredietbeëindiging in de praktijk
                                                  86
                                                  1. 3.6.1
                                                    Risico’s voor de bank; omleiden betaalstroom en vervreemden/bezwaren verbonden actief
                                                    89
                                                7. 3.7
                                                  Rechterlijke toetsing van (eenzijdige) kredietbeëindiging door de bank
                                                  90
                                                  1. 3.7.1
                                                    De werking van de redelijkheid en billijkheid
                                                    92
                                                  2. 3.7.2
                                                    Toetsing van kredietbeëindiging na het arrest-ING/De Keizer
                                                    93
                                                  3. 3.7.3
                                                    De negen criteria van Rabobank/Aarding
                                                    96
                                                  4. 3.7.4
                                                    De drie invalshoeken van rechterlijke toetsing
                                                    97
                                                  5. 3.7.5
                                                    De rol van de voorzieningenrechter in kort geding
                                                    98
                                                8. 3.8
                                                  Aandachtspunten bij en bancaire benadering van kredietbeëindiging
                                                  99
                                                9. 3.9
                                                  Het bedingen van extra zekerheden, uitgesplitst naar de drie varianten van kredietbeëindiging
                                                  101
                                                10. 3.10
                                                  Kredietbeëindigingen door de bank wegens reputatierisico
                                                  102
                                                11. 3.11
                                                  Het beëindigen van creditrelaties
                                                  102
                                                12. 3.11.1
                                                  Het beleid van banken bij het beëindigen van creditrelaties
                                                  103
                                              3. 4
                                                Bankieren in intensief beheer 
                                                105
                                                1. 4.1
                                                  Inleiding
                                                  105
                                                2. 4.2
                                                  Zorgplicht
                                                  106
                                                3. 4.3
                                                  De bank als quasi-bestuurder
                                                  107
                                                  1. 4.3.1
                                                    De bank als pandhouder van de aandelen
                                                    110
                                                4. 4.4
                                                  Benoeming interim-manager
                                                  110
                                                5. 4.5
                                                  Aansprakelijkheid kredietgever (‘lender’s liability’)
                                                  112
                                                6. 4.6
                                                  Aansprakelijkheid voor selectieve (wan)betaling
                                                  115
                                                7. 4.7
                                                  Actio pauliana
                                                  118
                                                  1. 4.7.1
                                                    Inleiding, doel en hoofdlijnen wettelijke regeling
                                                    118
                                                  2. 4.7.2
                                                    Vernietiging van onverplicht verrichte rechtshandelingen
                                                    120
                                                  3. 4.7.3
                                                    Vernietiging van verplicht verrichte rechtshandelingen (voldoening van opeisbare schulden)
                                                    124
                                                  4. 4.7.4
                                                    De betekenis van de actio pauliana voor de praktijk van intensief of bijzonder beheer
                                                    126
                                                  5. 4.7.4.1
                                                    Vestiging zekerheidsrechten
                                                    126
                                                  6. 4.7.4.2
                                                    Kredietuitbreiding gecombineerd met verstrekking van (nieuwe) zekerheden
                                                    127
                                                  7. 4.7.4.3
                                                    Zekerheden voor oud en nieuw krediet; de optie van opsplitsen
                                                    130
                                                8. 4.8
                                                  Verrekening
                                                  131
                                                  1. 4.8.1
                                                    Verrekening buiten faillissement
                                                    131
                                                  2. 4.8.2
                                                    Verrekening in het zicht van respectievelijk tijdens faillissement
                                                    131
                                              4. 5
                                                Uitwinning zekerheden 
                                                135
                                                1. 5.1
                                                  Algemene regels
                                                  135
                                                2. 5.2
                                                  Uitwinning van verpande vorderingen
                                                  137
                                                  1. 5.2.1
                                                    Uitwinning van verpande vorderingen vóór faillissement van de pandgever
                                                    137
                                                  2. 5.2.2
                                                    Uitwinning van verpande vorderingen tijdens faillissement van de pandgever
                                                    140
                                                3. 5.3
                                                  Executoriale verkoop van verpande roerende zaken vóór faillissement van de pandgever
                                                  144
                                                  1. 5.3.1
                                                    De verschillende varianten van executoriale verkoop
                                                    145
                                                  2. 5.3.2
                                                    Verdeling van de executieopbrengst
                                                    149
                                                  3. 5.3.3
                                                    Alternatief voor verkoop van verpande zaken vóór faillissement van de pandgever (‘pseudo-executie’)
                                                    149
                                                4. 5.4
                                                  Verkoop van verpande zaken tijdens faillissement van de pandgever
                                                  151
                                                5. 5.5
                                                  Uitwinning van verhypothekeerde onroerende zaken
                                                  153
                                                  1. 5.5.1
                                                    Executoriale verkoop van verhypothekeerde zaken vóór faillissement van de hypotheekgever
                                                    153
                                                  2. 5.5.2
                                                    Alternatief voor verkoop van verhypothekeerde zaken vóór faillissement: ‘pseudo-executie’
                                                    159
                                                6. 5.6
                                                  Verkoop van verhypothekeerde zaken tijdens faillissement van de hypotheekgever
                                                  162
                                                7. 5.7
                                                  Uitwinning zekerheden in tweede verband
                                                  163
                                                  1. 5.7.1
                                                    Uitwinning voor faillissement
                                                    163
                                                  2. 5.7.2
                                                    Uitwinning tijdens faillissement
                                                    164
                                                  3. 5.7.3
                                                    Uitwinning van derdenzekerheden
                                                    164
                                                8. 5.8
                                                  Wetswijziging per 1 januari 2015
                                                  165
                                              5. 6
                                                Collisie rechten van pand en hypotheek met andere rechten 
                                                167
                                                1. 6.1
                                                  Eigendomsvoorbehoud (bank versus leverancier)
                                                  167
                                                  1. 6.1.1
                                                    Werking eigendomsvoorbehoud en wettelijke regeling
                                                    168
                                                  2. 6.1.2
                                                    Reikwijdte van het eigendomsvoorbehoud
                                                    169
                                                  3. 6.1.2.1
                                                    Gezekerde vorderingen
                                                    170
                                                  4. 6.1.3
                                                    Eigendomsvoorbehoud; op welke zaken
                                                    171
                                                2. 6.2
                                                  Eigendomsvoorbehoud versus pandrecht
                                                  171
                                                  1. 6.2.1
                                                    Pandrecht op een voorwaardelijk eigendomsrecht
                                                    173
                                                  2. 6.2.2
                                                    Eigendomsvoorbehoud: leidraad voor beoordeling
                                                    175
                                                3. 6.3
                                                  Uitgebreid eigendomsvoorbehoud
                                                  177
                                                4. 6.4
                                                  Voorbehouden pandrecht
                                                  180
                                                5. 6.5
                                                  Retentierecht: plaatsbepaling, definitie en ratio
                                                  181
                                                  1. 6.5.1
                                                    Vereisten voor bestaan en voortbestaan van het retentierecht
                                                    182
                                                  2. 6.5.2
                                                    Aard en werking van het retentierecht
                                                    184
                                                  3. 6.5.3
                                                    Rang retentierecht ten opzichte van pand- en hypotheekrecht
                                                    185
                                                  4. 6.5.4
                                                    Retentierecht in faillissement
                                                    187
                                                  5. 6.5.5
                                                    Contractuele voorwaarden met betrekking tot het retentierecht
                                                    189
                                                  6. 6.5.6
                                                    Beëindiging retentierecht
                                                    190
                                                  7. 6.5.7
                                                    Retentierecht op onroerende zaken
                                                    190
                                                6. 6.6
                                                  Beslag; de bank versus andere schuldeisers van de kredietnemer
                                                  192
                                                  1. 6.6.1
                                                    Derdenbeslag
                                                    193
                                                  2. 6.6.2
                                                    Conservatoir versus executoriaal derdenbeslag
                                                    194
                                                  3. 6.6.3
                                                    Te volgen procedure
                                                    195
                                                  4. 6.6.4
                                                    Reikwijdte van het beslag – richtsnoeren voor acties
                                                    195
                                                  5. 6.6.5
                                                    Opties om beslag op te heffen
                                                    197
                                                  6. 6.6.6
                                                    Geen beslag op kredietruimte
                                                    199
                                                  7. 6.6.7
                                                    Beslag op een G-rekening
                                                    199
                                                7. 6.7
                                                  Europees derdenbeslag (bank versus buitenlandse schuldeiser)
                                                  201
                                                8. 6.8
                                                  Beslag op onroerende zaken van de kredietnemer
                                                  203
                                                  1. 6.8.1
                                                    Beslag op niet-verhypothekeerde zaken van de kredietnemer
                                                    203
                                                  2. 6.8.2
                                                    Beslag op verhypothekeerde zaken van de kredietnemer
                                                    203
                                                9. 6.9
                                                  Beslag op vorderingen van de kredietnemer
                                                  204
                                                10. 6.10
                                                  Beslag op roerende zaken van de kredietnemer
                                                  207
                                                11. 6.11
                                                  Pand- en hypotheekrecht versus voorrecht
                                                  209
                                                12. 6.12
                                                  Bodem(voor)recht
                                                  211
                                                13. 6.12.1
                                                  Het bodemvoorrecht van de fiscus versus het pandrecht van de bank
                                                  212
                                                14. 6.12.2
                                                  Bodembeslag; bodemvoorrecht in faillissement
                                                  213
                                                15. 6.12.3
                                                  Bodem, bodemzaken
                                                  214
                                                16. 6.12.4
                                                  Invuistpandneming, bodemverhuur
                                                  215
                                                17. 6.12.5
                                                  Aanpassing Invorderingswet ten nadele van pandhouder
                                                  217
                                                18. 6.12.6
                                                  Safe Harbour-regeling
                                                  219
                                                19. 6.12.7
                                                  Bodemvoorrecht versus bodemrecht
                                                  220
                                                20. 6.13
                                                  Nadere complicaties
                                                  222
                                                21. 6.13.1
                                                  Omleiden betaalstroom van debiteuren van de kredietnemer
                                                  222
                                                22. 6.13.2
                                                  Het opnieuw belenen en verpanden van vorderingen
                                                  223
                                                23. 6.13.3
                                                  Het opnieuw belenen van voorraden en overige roerende zaken
                                                  224
                                              6. 7
                                                Faillissement en surseance van betaling 
                                                227
                                                1. 7.1
                                                  Inleiding
                                                  227
                                                2. 7.2
                                                  De belangrijkste rechtsbronnen van het Nederlandse insolventierecht
                                                  228
                                                3. 7.3
                                                  Twee insolventieprocedures voor rechtspersonen en personenvennootschappen: faillissement en surseance van betaling
                                                  229
                                                4. 7.4
                                                  Reputatieschade schuldenaar
                                                  229
                                                5. 7.5
                                                  Reikwijdte van Nederlandse insolventieprocedures
                                                  230
                                                6. 7.6
                                                  Leidende beginselen van Nederlands faillissementsrecht: paritas creditorum en fixatiebeginsel
                                                  231
                                                7. 7.7
                                                  Het rechtskarakter en doel van de faillissementsprocedure
                                                  231
                                                8. 7.8
                                                  De procedure tot faillietverklaring
                                                  232
                                                9. 7.9
                                                  Belangrijkste rechtsgevolgen van het faillissement
                                                  234
                                                10. 7.10
                                                  Vereffening tijdens faillissement: het wettelijk systeem versus de praktijk
                                                  236
                                                11. 7.10.1
                                                  Vaststelling passiva en verdeling in faillissement
                                                  236
                                                12. 7.10.2
                                                  Faillissement en doorstart – akkoord
                                                  237
                                                13. 7.11
                                                  Categorieën schuldeisers/schulden
                                                  239
                                                14. 7.11.1
                                                  Faillissementsvorderingen; de separatist
                                                  239
                                                15. 7.11.2
                                                  Faillissementsvorderingen; preferente schuldeisers
                                                  240
                                                16. 7.11.3
                                                  Faillissementsvorderingen; concurrente en achtergestelde schuldeisers
                                                  241
                                                17. 7.11.4
                                                  Niet-verifieerbare vorderingen
                                                  241
                                                18. 7.11.5
                                                  Boedelvorderingen
                                                  241
                                                19. 7.11.6
                                                  Verdeling in de praktijk
                                                  243
                                                20. 7.12
                                                  De faillissementscurator
                                                  243
                                                21. 7.12.1
                                                  Taken van de curator
                                                  245
                                                22. 7.12.2
                                                  Voortzetting van de onderneming
                                                  246
                                                23. 7.12.3
                                                  Vereffening, belangenbehartiging en verslaglegging door de curator
                                                  247
                                                24. 7.12.4
                                                  De curator en de rechter-commissaris
                                                  249
                                                25. 7.12.5
                                                  De curator en de gefailleerde
                                                  250
                                                26. 7.12.6
                                                  De curator en de gezamenlijke schuldeisers
                                                  251
                                                27. 7.12.7
                                                  De curator en de individuele schuldeisers
                                                  252
                                                28. 7.12.8
                                                  De curator en de separatisten
                                                  252
                                                  1. 7.12.8.1
                                                    De afkoelingsperiode
                                                    253
                                                29. 7.12.9
                                                  Het inschakelen van de rechter-commissaris
                                                  254
                                                30. 7.13
                                                  De rol van de curator en functie van het faillissement: theorie vs. praktijk
                                                  256
                                                31. 7.14
                                                  Surseance van betaling
                                                  257
                                                32. 7.14.1
                                                  Procedure tot verlening surseance van betaling
                                                  258
                                                33. 7.14.2
                                                  Rechtsgevolgen surseance van betaling
                                                  259
                                                34. 7.14.3
                                                  Surseance van betaling en ‘doorstart’/continuïteit
                                                  260
                                                35. 7.15
                                                  De surseance van betaling in de praktijk: een slecht functionerend herstructureringsinstrument
                                                  260
                                                36. 7.16
                                                  Vereffening buiten faillissement
                                                  262
                                                37. 7.17
                                                  Europese Insolventieverordening
                                                  263
                                                38. 7.17.1
                                                  Strekking en toepassingsgebied
                                                  264
                                                39. 7.17.2
                                                  Hoofdprocedure en territoriale procedures
                                                  264
                                                40. 7.17.3
                                                  Wederzijdse erkenning en lex concursus
                                                  265
                                                41. 7.17.4
                                                  Voornaamste wijzigingen in de Europese Insolventieverordening
                                                  266
                                                42. 7.18
                                                  Afronding
                                                  267
                                              Meer Verberg
                                              Deze uitgave is onderdeel van de serie:
                                              € 83,96
                                              € 89,00 incl. btw
                                              Prijs per stuk
                                              Boek
                                              Op voorraad. Voor 23.00 besteld, morgen op uw bureau
                                              • Bestellen op rekening
                                              • Gratis verzending
                                              • Grootste uitgever van juridische informatie
                                              Terug naar boven