Naar content
Experimenteren of regelen. Vervroeging van rechterlijke bemoeienis met arbeidsrechtelijke vragen

 

Mr. H.W.M.A. Staal, Tijdschrift Recht & Arbeid, aflevering 13

 

Jarenlange ervaring in de rechtshulp en vervolgens in de rechtspraak geven mij soms het gevoel een brandweerman te zijn die slechts erger kan voorkomen. Bluswerk met een voor één partij – soms zelfs voor beide partijen – weinig gelukkige afloop. Herstel van stukgelopen (arbeids)relaties is immers uitgesloten als de brand te veel verwoest heeft. Na sloop van de restanten is wederopbouw dan de enige remedie. Daarbij kan hoogstens financiële compensatie helpen om als een soort verzekeringsuitkering de schade te helen. Een pand in de steigers, verder maar weer op weg naar een volgende brand. 

 

Ik vraag me af of het anders én beter kan (of zelfs zou moeten). Om te beginnen is het domein van arbeid en annexe sociale zekerheid uiterst geschikt voor experimenten. Welk model staat mij dan voor ogen en kan een rechtshulpverlener respectievelijk rechter ook in een ietwat gewijzigde positionering een nuttige functie vervullen? Mij dunkt van wel. Op het gevaar af dat beide professionals zich in hun uiteenlopende rol als sociaal (opbouw)werker gaan gedragen, kan het moment dat zij het toneel betreden, vervroegd worden. Niet pas als het conflict tot ontslagproporties uitgedijd is, maar vanaf het tot uiting gebrachte besef van betrokken partijen dat een verschil van opvatting over feiten of rechten/verplichtingen de relatie kan vertroebelen. Waar bedrijfsjuristen in grotere ondernemingen soms nog wel op zo’n vroeg moment bij een kwestie betrokken worden, is die mogelijkheid elders vaak niet voorhanden. Iemand als J.M. Barendrecht is al jaren pleitbezorger van rechtspleging die meer kenmerken van ‘rechtszorg’ dan ‘rechtsstrijd’ in zich draagt en daarmee in een evidente rechtsbehoefte kan voorzien. Ik deel die opvatting en zou de toegang tot het recht voor alle deelnemers aan het arbeidsproces verdergaand verruimd en vervroegd willen zien. 

 

Voor het terrein van de individuele en collectieve arbeidsverhoudingen betekent dit het volgende. Over arbeidsconflicten blijven betrokken partijen (op tegenspraak) procederen langs de lijnen van de in Burgerlijke Rechtsvordering perfect uitgedokterde verzoekschrift- of dagvaardingsprocedure, maar twee aanvullingen vind ik wenselijk. 

 

De eerste is een veel ruimer gebruik van art. 96 Rv. Langs die weg wordt partijen bij een al ontstaan rechtsgeschil (individueel of collectief) de kans geboden om de kantonrechter gezamenlijk te verzoeken op een door haar gewenste wijze over voorliggende rechtsvragen en rechtsgevolgen te beslissen. Als rechtbanken het uitstekende advies van P. Ingelse volgen in diens artikel over de voorgenomen ‘Experimentenwet rechtspleging’, gaan zij dit faciliteren d.m.v. modelformulieren, begrijpelijke uitleg en waar nodig assistentie in de voorfase. Ik verwijs naar een mooi artikel over de Experimentenwet in TCR 2018/3 van de hand van mr. P. Ingelse, voormalig voorzitter van de Ondernemingskamer. 

 

Voor de tweede aanvulling – die veel verder gaat – kan en wil ik (nog) niet terugvallen op een wettelijke regeling, hoogstens voor de verdere toekomst. Net als bij andere experimenten die rechtbanken beproeven om – met inachtneming van elementaire processuele beginselen – nadelen van langdurige en kostbare procedures te ondervangen, speelt de financiering een niet onbelangrijke rol. In een tijd dat de rechtspraak in totaliteit met tekorten kampt, wordt sterker op de eurocentjes gelet. Een actueel bekostigingssysteem dat geen recht doet aan tal van taken en functies die de rechtspraak (ook) vervult maar waaraan geen economische waarde of opbrengst toegerekend wordt, is daar mede oorzaak van. Zoals voor zoveel publieke dienstverlening geldt, kan men zich afvragen of niet gezocht moet worden naar ruimere bekostiging op systeembasis en ook naar verminderde afhankelijkheid van griffierecht, leges en dergelijke. Mede in het belang van de rechtzoekende. Die laatste komt er toch al bekaaid van af, zelfs als zij/hij kan terugvallen op gefinancierde rechtshulp. Collega-redacteur R. Duk attendeerde hier treffend op in zijn column ‘De prijs van het arbeidsrecht’, TRA 2018/83. Nog afgezien van die financiële drempels voor bemoeienis van advocaten en zeker (kanton)rechters met een arbeidsgeschil in statu nascendi, kan de vraag gesteld worden wat een rechter te zoeken heeft bij sluimerende onvrede. Voor zulke klussen haalt zelfs een rijdende rechter van een commercieel denkend televisiekanaal de neus op (vermoedelijk vanuit het idee dat pas van een uit de hand lopend conflict een mooie uitzending gemaakt kan worden). De rechterlijke organisatie en de regeling van burgerlijke rechtsvordering zijn gefocust op beslissen in conflicten en niet op preventie daarvan. Laat staan dat zij daarin ruimte maken voor advisering over het beleid van arbeidsorganisaties ter voorkoming van personele problemen. Een enkele rechter waagt er zich wel eens aan bij een spreekbeurt of in een interview, maar dan liefst zo globaal mogelijk en met tal van slagen om de arm. Mediation, waarvoor teruggevallen wordt op professionals van buiten de rechtspraak, vindt toepassing na escalatie van een geschil en beantwoordt maar ten dele aan de preventiebehoefte. Er ligt kortom terrein braak waarin de kantonrechter haar/zijn expertise te gelde zou kunnen maken. 

 

Het eerste signaal in die richting klinkt als zo vaak uit de havenstad Rotterdam. Een klaroenstoot van een blusboot in de haven waarvan de effecten nog moeten blijken, maar die heel goed een nieuw tijdperk zou kunnen inluiden. Sedert medio september 2018 zijn in dit arrondissement voor de locaties Dordrecht en Rotterdam zes kantonrechters als laagdrempelig ‘regelrechter’ beschikbaar voor een snelle en goedkope onderhoudsbeurt bij (sluimerende) conflicten. Hoewel arbeidszaken hier niet centraal staan, maar vooral gedacht wordt aan buren- en huurkwesties en incassozaken, kunnen vragen die spelen tussen een werkgever en een of meer van zijn werknemers interessante experimenten opleveren. Wat te denken bijvoorbeeld van een individueel of collectief vanuit een onderneming voorgelegde vraag over het ziekteverzuimbeleid? Een beleid dat al aanleiding geeft tot een verschil van opvatting over re-integratie of zelfs een voorbode kan zijn van opzegging of ontbinding van een of meer arbeidsovereenkomst(en). Ander voorbeeld: meningsverschil van ondernemingsraad en bestuurder over interpretatie van Wor, OR-reglement en/of ondernemingsovereenkomst.

 

Zonder uitputtend te zijn kan ik ook verwijzen naar gevallen van overschrijding van de vrijheid om zowel binnen als buiten de onderneming sociale media te gebruiken om elkaar (indirect) te bestoken met onwenselijke boodschappen of langs die weg met ‘ondernemingsgeheimen’ op de loop te gaan. De kans dat in een vroege fase een advies of uitspraak van een rechter dempend werkt op de onenigheid, is reëel. Groter althans dan wanneer – na de gebruikelijke escalatie – gewacht wordt tot een reguliere dagvaardings- of verzoekschriftprocedure. 

 

De ‘Rotterdammers’ opereren voorlopig nog in het stramien van art. 96 Rv dat ook voor andere experimenten het handvat biedt en op volledige vrijwilligheid van twee kanten gebaseerd is. Dit betekent dat er wel altijd een bindende uitspraak volgt als partijen het onderling niet eens worden. Of in de toekomst rechters ook ingeschakeld kunnen worden om uitsluitend te begeleiden en te adviseren (en hoe dit dan gefinancierd wordt buiten de regeling van Rv en de Wet griffierechten burgerlijke zaken om), zou een punt van nadere overweging kunnen zijn. 

 

Ik hoop en verwacht dat er (ook financieel) ruimte gemaakt wordt voor zo'n aanvulling van de rechterlijke functie. De wetgever kan immers met betrekkelijk eenvoudige middelen bijdragen aan het terugdringen van (arbeids)geschillen die tot het bittere eind gerechtelijk uitgevochten worden. Op een toekomst met minder op het conflict gerichte arbeidsrechtspraak! 

Collectie Arbeidsrecht

Collectie Arbeidsrecht  
Vanaf € 75 per maand 
(excl. btw)

 

Alles op het gebied van arbeidsrecht online onder de muisknop. Inclusief ArbeidsRecht, Tekst & Commentaar Arbeidsrecht en Tijdschrift Recht en Arbeid. 

Lees verder

Ervaar zelf hoe u met een Collectie snel tot de essentie van uw vraagstuk komt en neem een proefabonnement. Geheel vrijblijvend en zonder kosten. Het proefabonnement loopt na 4 weken automatisch af.


1 maand gratis
Terug naar de pagina Arbeidsrecht
Lees ook 'De prijs van het arbeidsrecht'