Naar content

Deliveroo: terecht bezorgd


Mr. drs. P.Th. Sick, Tijdschrift Recht & Arbeid, aflevering 24

Het was groot nieuws op 15 januari van dit jaar: de kantonrechter in Amsterdam oordeelde dat de bezorgers van Deliveroo werknemers zijn en geen opdrachtnemers,[1]  en bovendien dat Deliveroo op de betreffende arbeidsovereenkomsten de Cao Beroepsgoederenvervoer moet toepassen.[2]  

 

Alle kranten berichtten er over, en hetzelfde gold voor de journaals en nieuwsprogramma’s op televisie. Onder de kop “Waarom is de Deliveroo-uitspraak zo belangrijk?”[3]  analyseerde NRC de gevolgen van de uitspraak voor Deliveroo en soortgelijke ondernemingen zoals Uber (taxivervoer) en Helpling (schoonmaak). De algemene teneur was dat de rechter met deze uitspraak het fenomeen platformarbeid een halt heeft toegeroepen, zowel ter bescherming van de rechtspositie van de individuele platformwerker als ter bescherming van het stelsel van sociale zekerheid. Door deze werkers niet op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst te nemen maar als opdrachtnemers voor zich te laten werken, hoeven deze ondernemingen immers geen werkgeverspremies voor hen af te dragen, geen loon door te betalen bij ziekte, kunnen zij onder het minimumloon betalen en dragen zij geen risico voor schade van hun werknemers bij arbeidsongevallen.

 

En dat terwijl uit cijfers van verzekeraars blijkt dat brombezorgers zoals die van Deliveroo zes keer vaker dan gemiddeld schade rijden, en die schade bovendien 75% hoger uitvalt dan bij andere brommerrijders, omdat er relatief vaak letselschade is, soms zelfs met de dood tot gevolg.[4]  Twee jaar geleden kwam in Amsterdam een 19-jarige maaltijdbezorger om het leven na een aanrijding, en in januari 2019 overkwam een bezorger in Utrecht hetzelfde. Over schade toegebracht aan andere weggebruikers, soms met de dood tot gevolg, zoals inmiddels tot vier keer toe door taxichauffeurs van Uber[5] , heb ik het dan nog niet eens.[6]

 

Het is volkomen terecht dat aan de onbeschermde positie van platformwerkers zoals die van Deliveroo met deze uitspraak een einde wordt gemaakt door de ontmaskering van het oneigenlijke gebruik van de figuur van de opdrachtovereenkomst, en ik hoop dat in het door Deliveroo aangekondigde hoger beroep de uitspraak stevig zal worden bekrachtigd. Wat mij betreft is het argument van Deliveroo dat bezorgers juist zouden kiezen voor de beweerdelijk door haar geboden flexibiliteit, niet erg geloofwaardig en in elk geval geen reden om dan ook maar aan te nemen dat zij geen behoefte zouden hebben aan een betere rechtspositie dan zij op dit moment hebben. Dat uit een eigen enquête zou zijn gebleken dat maar 4% van de Deliveroo-bezorgers het werk ‘niet leuk’ vindt, en de rest het werk ‘leuk’ (20%), ‘erg leuk’ (55%) of ‘neutraal’ (20%)[7] , zegt daarover natuurlijk helemaal niets.

 

Belangrijker lijkt mij echter het bredere maatschappelijke belang van de juiste juridische kwalificatie van dit soort arbeid. Ik heb in dit blad al vaker aandacht gevraagd voor de vraag hoe wij als samenleving de factor arbeid en de daarmee samenhangende sociale zekerheid willen organiseren.[8]  Het is alleen al vanuit sociaal-maatschappelijk oogpunt onwenselijk dat een groeiende groep medeburgers onverzekerd aan het werk is. Evenzeer is onwenselijk dat zij wat betreft hun belonings- en ontslagpositie verstoken blijven van zelfs minimale rechtsbescherming. Ik heb het dan niet alleen over platformwerkers, maar ook over de groep van zzp’ers, die inmiddels bestaat uit meer dan 1 miljoen werkenden, ruim 12% van de arbeidspopulatie. Het is bovendien maatschappelijk onhoudbaar dat deze grote groep werkenden niet financieel bijdraagt aan het stelsel van sociale zekerheid (sociale verzekeringen, maar ook pensioenen), maar daar (in potentie) wel op kan terugvallen. Er zal, linksom of rechtsom, een manier moeten worden gevonden om de grote verschillen tussen arbeidsovereenkomsten en opdrachtovereenkomsten, zowel in kosten als in risico’s, op fiscaal, civielrechtelijk en sociaalverzekeringsrechtelijk terrein terug te brengen of zelfs geheel weg te nemen. Daarbij speelt ook de vraag of de klassieke concepten van het huidige arbeidsrecht afdoende zijn om deze nieuwe ontwikkelingen op de arbeidsmarkt te reguleren.

 

Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft op 7 november 2018 aan de commissie Regulering van werk (onder leiding van Hans Borstlap) de opdracht gegeven te onderzoeken hoe de arbeidsmarkt beter kan worden georganiseerd en toekomstbestendig kan worden gemaakt. De commissie moet uiterlijk op 1 november 2019 rapporteren. In een brief aan de Tweede Kamer waarin de minister de onderzoeksopdracht toelicht, maakt hij duidelijk dat de commissie niet alleen om een analyse wordt gevraagd, maar ook de opdracht heeft gekregen voorstellen te doen voor concrete maatregelen om de balans tussen keuzevrijheid en (sociaal-maatschappelijke) solidariteit te herstellen. De minister heeft daarbij onder andere verzocht om een concreet advies over een passend alternatief voor de huidige criteria loon, gezag en arbeid voor het maken van onderscheid tussen werknemers en zelfstandigen, zowel in het arbeidsrecht als in het socialezekerheidsrecht en het fiscale recht. Met name stelt de minister de vraag hoe het gezagscriterium kan worden herijkt en verduidelijkt. De minister roept de commissie op om innovatieve werkwijzen toe te passen die werkenden en het bredere publiek onderdeel maken van de discussie en het maatschappelijke debat bevorderen. De brede aandacht voor de Deliveroo-uitspraken van 15 januari jl. wijst erop dat aan dat maatschappelijke debat sterke behoefte bestaat.

 

Het is goed te zien dat de regering dit thema eindelijk bij de kop pakt. Het valt te hopen dat vervolgens voor de broodnodige concrete maatregelen, waarmee de commissie ongetwijfeld zal komen, ook voldoende politieke draagvlak kan worden georganiseerd. De politiek kan en mag de noodzakelijke regulering van de veranderende arbeidsmarkt immers niet aan de rechterlijke macht overlaten. Het zou bovendien goed zijn wanneer de sociale partners – anders dan bij de recentelijk mislukte pensioendiscussie is gebeurd – proberen over hun eigen schaduw heen te springen, en zich realiseren dat het belang van een rechtvaardige en toekomstbestendige herijking van de arbeidsmarkt aanzienlijk groter is dan de zorg om het eigen belang. Het oordeel van de kantonrechter in de Deliveroo-zaken dat FNV daarin als bevoegde partij kan optreden geeft een mooie uitgangspositie. Nu is het zaak dat alle betrokken partijen de discussie in constructief overleg op een hoger niveau brengen.


Voetnoten

[1]

ECLI:NL:RBAMS:2019:198.

[2]

ECLI:NL:RBAMS:2019:210.

[3]

NRC, 15 januari 2019.

[4]

NRC, 16 januari 2019, “Zigzaggend over de stoep, als je haast hebt”.

[5]

In maart 2017 werd een 24-jarige vrouw door een Uber-chauffeur doodgereden op de Molukkenstraat in Amsterdam; in december 2018 overleed een voetganger op de Rozengracht in Amsterdam na een aanrijding met een Uber-taxi; in januari 2019 werden een vader en zijn dochter door een Uber-taxi geschept, met de dood tot gevolg, en eveneens in januari 2019 had op de Heemstedestraat in Amsterdam een dodelijke aanrijding van een 24-jarige vrouw plaats.

[6]

Zie bijvoorbeeld ook het Parool, “Overuren en ongelukken”, 19 januari 2019, waarin chauffeurs van Uber de omstandigheden waaronder zij werken hekelen als “moderne slavernij”.

[7]

Zo blijkt uit het artikel in NRC, vermeld in noot 3.

[8]

TRA 2018, afl. 3 en TRA 2018, afl. 8/9.

Collectie Arbeidsrecht

Collectie Arbeidsrecht  
Vanaf € 75 per maand 
(excl. btw)

 

Alles op het gebied van arbeidsrecht online onder de muisknop. Inclusief ArbeidsRecht, Tekst & Commentaar Arbeidsrecht en Tijdschrift Recht en Arbeid. 

Lees verder

Ervaar zelf hoe u met een Collectie snel tot de essentie van uw vraagstuk komt en neem een proefabonnement. Geheel vrijblijvend en zonder kosten. Het proefabonnement loopt na 4 weken automatisch af.


1 maand gratis
Terug naar de pagina Arbeidsrecht